Het volgen
van de ontwikkeling van uw kind
Elk kind ontwikkelt
zich in zijn eigen tempo en heeft zijn eigen mogelijkheden. Als school
willen we daar goed mee omgaan en willen we het kind tot zijn recht
laten komen. Soms ontwikkelt een kind zich sneller, soms trager. Dit
kan verschillende oorzaken hebben. In dit onderdeel ‘Zorg’
beschrijven we op welke manier we kinderen, die extra zorg nodig hebben,
helpen. Verder vindt u hier de criteria, aan de hand waarvan wij bepalen
wanneer een leerling voor ons een zorgleerling is en de procedures die
wij daarbij hanteren.
Definitie Zorgleerling
Wanneer is een kind op onze school een zorgleerling en is ondersteuning
nodig? De volgende criteria worden daarbij gehanteerd:
Op cognitief
gebied
Voor groep 1/2: een achterstand of voorsprong in de ontwikkeling op
één of meerdere gebieden. Bij een lage D of een E-score
of een A+ score bij de CITOtoetsen.
Voor groep 3 t/m 8: onvoldoende of extreem hoge scores op enkele opeenvolgende
methodegebonden toetsen en/of een lage D of E-score of (opeenvolgende)
A score(s) op de CITO toetsen. Daarbij wordt ook altijd naar het kind
gekeken.
Op sociaal-emotioneel
gebied
Gedragsproblemen die de ontwikkeling van het kind in de weg staan en/of
invloed hebben op de andere kinderen in de groep.
Sociaal emotionele
problemen, die de ontwikkeling van de leerling in de weg staan.
Een lichamelijke of geestelijke handicap, die problemen op welk gebied
dan ook oplevert of kan gaan opleveren.
Vormen van
ondersteuning in de groep
We proberen zoveel mogelijk de ondersteuning in de eigen groep en door
de eigen leerkracht plaats te laten vinden. Dit gebeurt op één
van de volgende manieren:
Verlengde instructie. Als de groep na instructie aan het werk gaat,
neemt de leerkracht het kind of kinderen apart om uitleg te geven. Dit
kan zowel enkele keren, bij een eenmalig specifiek probleem, als voor
een langere periode.
Extra instructie tijdens zelfstandig werken. Als kinderen zelfstandig
bezig zijn neemt de leerkracht een leerling (of meerdere met hetzelfde
probleem) apart om specifieke problemen aan te pakken. Op deze manier
kunnen ook kinderen die meer uitdaging nodig hebben extra instructie
krijgen voor meer uitdagende leerstof.
ln aanvulling op de extra instructie nodig dan kunnen leerlingen een
pakket met oefenstof krijgen om tijdens zelfstandig werken met het specifieke
probleem te oefenen of om met extra uit-dagende leerstof aan de slag
te gaan. Dit kan eventueel ook thuis (in overleg met de ouders).
Eigen leerlijn. Als kinderen erg ver achter of voor zijn in hun ontwikkeling
op één of meerdere terreinen, is meedoen met de groep
niet (meer) mogelijk.
Een leerling kan dan een eigen leerlijn volgen met werk op eigen niveau.
Hulpmiddelen gedragsproblemen. Bij gedragsproblemen maakt de leerkracht
vaak gebruik hulpmiddelen zoals een (tijdelijk) beloningssysteem, heen-en-weer-schrift
enz.
In veel gevallen neemt het kind een pakketje oefenstof mee naar huis
(in overleg met de ouders). Vaak is er thuis toch wat meer tijd dan
op school.
Het zorgtraject
Indien een leerling een lage D- score of een E-score heeft wordt door
de leerkracht een handelingsplan opgesteld, eventueel in overleg met
de intern begeleider. Zo nodig verricht de intern begeleider:
- aanvullend onderzoek
- gerichte observatie
De leerkracht stelt de ouders op de hoogte van het handelingsplan en
laten het door de ouders ondertekenen.
Leerlingen die voor zijn in cognitieve ontwikkeling krijgen naar behoefte
ondersteuning d.m.v. extra uitdagende leerstof. Voor deze kinderen wordt
ook een handelingsplan opgesteld en ondertekend door de ouders.
Na 8 weken volgt een korte evaluatie. Hier wordt bekeken of het korte
termijn doel is bereikt. Bij de lange termijn doelen wordt bekeken of
het handelingsplan gestopt of gecontinueerd wordt.
Voor kinderen met
een “rugzak” wordt in overleg met de ouders, ambulant begeleider
en intern begeleider extra hulp ingekocht vanuit de Leerling Gebonden
Financiering
Indien de geboden
hulp niet voldoende resultaat heeft, wordt gezocht naar andere mogelijkheden,
zoals externe hulp, b.v. logopedie, fysiotherapie of advies en/of onderzoek
via HCO (Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding) of SMW (School Maatschappelijk
Werk).
Wanneer blijkt
dat al deze interventies niet het beoogde effect hebben en er dus sprake
is van handelingsverlegenheid, kunnen wij het kind aanmelden voor de
Externe Adviescommissie (EAC) of de Centrale Toetsingscommissie (CTC).
De EAC adviseert de school welke zorg er het beste geboden kan worden.
Vaak -adviseren zij externe zorg of doorverwijzing naar de CTC. De CTC
bepaalt of plaatsing op een school voor SBO noodzakelijk is.
Drie maal per jaar
is er een bijeenkomst van de Interne Zorgcommissie (IZC). De IZC bestaat
uit de aan de school verbonden ambulant begeleider, een medewerkster
van de schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts, een medewerkster van
SMW en de intern begeleider. Voorafgaand aan deze bijeenkomsten vinder
er groepsbesprekingen plaats.
In de IZC worden kinderen besproken (vaak gedragsproblemen) waar de
geboden ondersteuning geen effect heeft. De verschillende disciplines
binnen de IZC geven advies. Dit kan variëren van een andere manier
van ondersteuning tot een extern onderzoek.
Ook voor deze leerlingen moet een handelingsplan gemaakt worden.
Ouders/verzorgers
moeten bij alles betrokken worden en overal hun toestemming voor geven.
Op school zijn
voor diverse onderzoeken/observaties/-besprekingen en aanmeldingen voor
commissies toestemmings-formulieren aanwezig
Zorgverbreding en
de rol van de Intern Begeleider
In het kader van het “Weer Samen Naar School”-proces, dat
een aantal jaren geleden in gang is gezet, wordt getracht de zorg voor
leerlingen in het basisonderwijs te verbreden, zodat minder leerlingen
worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs. Hiertoe is onder andere
de Interne Begeleider (IB-er) aangesteld. Deze coördineert de activiteiten
met betrekking tot de zorg-verbreding binnen de school. Onder zorgverbreding
verstaan we alle mogelijke vormen van hulp die we elk kind kunnen bieden,
zodat hij of zij de basisschool zo goed mogelijk kan doorlopen. De IB-er
draagt zorg voor het begeleiden en coördineren van
alle zorgverbredingprocessen.
Binnen de zorgverbreding
van onze school nemen de groeps-besprekingen een belangrijke plaats
in. Vier keer per jaar worden alle leerlingen van de groep met de interne
begeleider besproken. Samen maken zij goede afspraken over de te verlenen
hulp. Ook wordt besproken of er een handelingsplan opgesteld moet worden
voor de hulp.
Het volgen van de
ontwikkeling van de leerlingen
Ieder kind is belangrijk. Daarom maken wij gebruik van het leerling-volgsysteem
van CITO. Zo kunnen wij de kinderen volgen in hun cognitieve ontwikkeling
van groep 2 tot groep 8. In de groepen 1 en 2 wordt ook gebruik gemaakt
van de observatielijsten van PRAVOO.
Wij kijken niet alleen naar intellectuele prestaties, maar ook naar
zelfredzaamheid, zelfstandigheid en het omgaan met anderen. Zoals eerder
beschreven worden er 3 keer per jaar groepsbesprekingen gehouden. Hier
bespreken leerkracht en Intern Begeleider de resultaten van methodegebonden
toetsen, resultaten van de CITO toetsen, observaties en de sociaal emotionele
ontwikkeling. De methode gebonden toetsen en de cito-toetsen worden
niet meegegeven naar huis. Uiteraard worden de toetsen met de kinderen
besproken en kunnen ouders/verzorgers de toetsen, indien gewenst, samen
met de leerkracht inzien.
De volgende CITO
toetsen worden bij ons op school afgenomen:
Rekenen voor kleuters groep 2
Taal voor kleuters groep 2
DGO (derde groeps onderzoek) groep 3
DMT groep 3 t/m 7
Brus leestoets groep 3 t/m 7
Woordenschattoets groep 3 t/m 8
Luisteren groep 5 t/m 8
Spelling groep 3 t/m 8
Rekenen/Wiskunde groep 3 t/m 8
Begrijpend Lezen groep 3 t/m 8
Technisch lezen groep 3 en 4
ME2 Engels groep 8
Verder doet onze
school mee aan de CITO entree toets (groep7) en de CITO eindtoets (groep
8).
|